Toepassing van het EVRM door de Nederlandse rechter

De voortschrijdende milieubescherming onder artikel 8 EVRM in hinderzaken en de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat

Auteurs

  • Ellen Gijselaar
  • Anneloes Kuiper

DOI:

https://doi.org/10.54195/NTM.26380

Samenvatting

In deze bijdrage wordt de veranderende rol van positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM in de Nederlandse civiele rechtspraak onderzocht. Historisch gezien hechtten Nederlandse rechters zelden waarde aan internationale verplichtingen in dergelijke zaken en vielen ze terug op de nationale normen inzake onrechtmatige daad en hinder. Partijen beroepen zich echter steeds vaker rechtstreeks op het EVRM, ondersteund door het monistische kader van de Nederlandse Grondwet dat directe toepassing van internationaal recht en het gebruik van de common ground-methode van het EHRM mogelijk maakt. De Nederlandse civiele rechtszaken, zoals die betreffende geluidsoverlast en geurhinder, illustreren hoe artikel 8 EVRM wordt gebruikt om milieuschade aan te pakken die de persoonlijke levenssfeer aantast. Civiele rechters passen de fair balance-test toe, waarbij individuele rechten worden afgewogen tegen bredere publieke en regelgevende belangen. Auteurs bekritiseren de nationale toepassing van deze test. Deze is vaak te dun gemotiveerd en mist volwaardige aansluiting bij de EHRM-terminologie. Bovendien wordt in sommige gevallen oneigenlijk gebruikgemaakt van bepaalde terminologie, juist wanneer we deze internationale rol van de nationale rechter onderkennen.

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

2026-03-31

Nummer

Sectie

Artikelen

Citeerhulp

Toepassing van het EVRM door de Nederlandse rechter : De voortschrijdende milieubescherming onder artikel 8 EVRM in hinderzaken en de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat (E. Gijselaar & A. Kuiper , Trans.). (2026). Nederlands Tijdschrift Voor De Mensenrechten, 51(1). https://doi.org/10.54195/NTM.26380