Het recht op vrijheid van gedachte

Een onderberlicht recht in de schijnwerpers

Auteurs

  • Naomi van de Pol
  • Sjors Ligthart

DOI:

https://doi.org/10.54195/NTM.26381

Trefwoorden:

vrijheid van gedachte, artikel 9 EVRM, reikwijdte, absoluut recht, dwangnedicatie, sociale media, neurotechnologie

Samenvatting

Artikel 9 EVRM beschermt het recht op vrijheid van gedachte, geweten, en godsdienst. Anders dan het recht op godsdienst en geweten, bleef het recht op vrijheid van gedachte lange tijd onderbelicht – zowel in de literatuur als de rechtspraak van het EHRM. Sinds enkele jaren neemt de wetenschappelijke aandacht voor dit recht toe, mede naar aanleiding van opkomende technologieën die diep kunnen ingrijpen in mentale toestanden, zoals gedachten, gevoelens, en intenties. In deze bijdrage bespreken we verschillende interpretaties van het recht op vrijheid van gedachte en verkennen we de mogelijke implicaties daarvan. Dit doen we aan de hand van drie typen mentale beïnvloeding: (1) dwangmedicatie, (2) algoritmische beïnvloeding via sociale media, en (3) neuromodulatie in de strafrechtspleging. Daarbij kijken we niet alleen naar de reikwijdte van het recht op vrijheid van gedachte, maar reflecteren we ook kritisch op het absolute karakter ervan.

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

2026-03-31

Nummer

Sectie

Artikelen

Citeerhulp

Het recht op vrijheid van gedachte: Een onderberlicht recht in de schijnwerpers (N. van de Pol & S. Ligthart , Trans.). (2026). Nederlands Tijdschrift Voor De Mensenrechten, 51(1). https://doi.org/10.54195/NTM.26381