Het nemo-teneturbeginsel in strafzaken in een nieuw licht

Een toetsingskader op basis van drie decennia rechtsontwikkeling door het EHRM

Auteurs

  • Gertjan Nederbragt

DOI:

https://doi.org/10.54195/NTM.26383

Trefwoorden:

Strafrecht, Nemo-tenetur, artikel 6 EVRM, Toetsingskader, Bewijs, Wilsafhankelijkheid

Samenvatting

Dat een verdachte niet verplicht kan worden om mee te werken aan zijn eigen veroordeling is een van de grondbeginselen van het strafprocesrecht. In 1993 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dit beginsel ingelezen in artikel 6 EVRM. Sindsdien is er discussie in de Nederlandse rechtsliteratuur over de interpretatie van de Europese rechtspraak, wat de rechtszekerheid van de verdachte niet ten goede komt. Dit artikel werpt een nieuw licht op het leerstuk. Op basis van fundamenteel rechtswetenschappelijk onderzoek naar de jurisprudentie van het EHRM wordt een toetsingskader gepresenteerd. Aan de hand daarvan wordt de discussie in de Nederlandse rechtsliteratuur en de rechtspraak van de Hoge Raad becommentarieerd. De in de Nederlandse rechtsliteratuur ervaren onduidelijkheid kan onder andere worden verklaard door een onjuiste interpretatie van een aantal maatgevende arresten van het EHRM.

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

2026-03-31

Nummer

Sectie

Artikelen

Citeerhulp

Het nemo-teneturbeginsel in strafzaken in een nieuw licht: Een toetsingskader op basis van drie decennia rechtsontwikkeling door het EHRM (G. Nederbragt , Trans.). (2026). Nederlands Tijdschrift Voor De Mensenrechten, 51(1). https://doi.org/10.54195/NTM.26383